Sterk in incidentele én structurele hulp

De coöperatie WeHelpen heeft sinds zijn oprichting in 2012 al veel mensen bij elkaar gebracht die hulp zoeken en hulp willen aanbieden. Maar hoe kan het nog sterker haar rol pakken in de samenleving die nu aan het ontstaan is, waarin de overheid minder regelt en het dus de bedoeling is dat mensen meer voor elkaar overhebben?

WeHelpen heeft in de vijf jaar dat het nu bestaat landelijk een goede naam opgebouwd in het tot stand brengen van incidentele hulp voor mensen die deze nodig hebben. Maar wat betekent deze functie voor mensen? En kan tussen de vragers en aanbieder ook méér ontstaan dan die incidentele hulp alleen? ‘Het antwoord op die laatste vraag is ondubbelzinnig ja’, zegt Jochem Hoekstra van onderzoeksbureau ZorgfocuZ, dat de vraag kreeg om het effect van de website www.wehelpen.nl te onderzoeken. ‘Ons onderzoek wijst uit dat de site ook een rol speelt om meer structurele hulp tot stand te brengen. Een derde van de duizend respondenten heeft hulp ontvangen via de website. Maar liefst 95 procent daarvan zegt zich in meerdere of mindere mate door WeHelpen geholpen te voelen. En meer dan de helft heeft aan WeHelpen enige mate van blijvend contact overgehouden.’

Professioneel en privé waardevol
Een van de mensen voor wie WeHelpen heel waardevol is gebleken, is Erik Verhoeven. Hij leerde de website drie jaar geleden kennen tijdens een voorlichtingsbijeenkomst van Stichting Amarant en Contour de Twern. ‘Het idee ervan sprak mij direct enorm aan’, vertelt hij, ‘op twee manieren. In de eerste plaats professioneel als teammanager ambulant en wonen, omdat ik er een mooie manier in zag om vragers en aanbieders van hulp bij elkaar te brengen. En in de tweede plaats privé, want ik was op zoek naar een vrijwilliger die iets kon doen voor mijn vader met dementie. Ik kreeg het advies op de website te kijken wat voor mogelijkheden binnen mijn vaders woonomgeving beschikbaar waren. De informatie die ik er vond was wel heel overzichtelijk en ik vond langs die weg ook daadwerkelijk een vrijwilliger voor mijn vader. Een man van zijn eigen leeftijd die hem meeneemt op de duofiets. Voor mijn vader voelde dat al snel vertrouwd. Inmiddels ben ik ook de dagboekfunctie van het hulpnetwerk gaan gebruiken die WeHelpen biedt, zodat we als familie altijd een actueel overzicht hebben van wie bij mijn vader is langs geweest en wat er moet gebeuren.’

Professioneel heeft Verhoeven het aanbod van WeHelpen ook goed leren gebruiken. Hij vertelt: ‘Bij Amarant hadden we bijvoorbeeld een jongen met een lichte verstandelijke beperking die graag wilde fietsen. Voor hem vonden we een maatje in de persoon van een gepensioneerde man die dit nu iedere woensdag doet. Het contact dat hieruit is ontstaan, levert beiden heel veel op. Hetzelfde merk ik nu ik inmiddels professioneel de overstap heb gemaakt naar Sense Zorg in Tilburg. We werken daar met jongeren met psychiatrische problemen, die via WeHelpen bijvoorbeeld maatjes vinden voor huiswerkondersteuning of voor kookworkshops. Het is mooi om te zien hoe WeHelpen toepasbaar is om zowel incidentele als meer structurele hulp tot stand te brengen.’

Voorzien in een behoefte
Volgens Hoekstra zit juist hierin de grote meerwaarde van WeHelpen. Hij vertelt: ‘Uit de structurele hulpvraag van iemand die het zonder die hulp niet meer redt zie je sociale contacten ontstaan die voor beide partijen waarde hebben: degene die hulp aanbiedt heeft het gevoel dat hij iets betekent voor een ander, en de hulpvrager krijgt een duidelijk betere kwaliteit van leven. Maar dit doet niets af aan de grote waarde van de incidentele hulp die via WeHelpen tot stand komt om een simpele, eenmalige hulpvraag op te lossen als “Ik wil graag mijn balkon opruimen maar kan dat niet alleen”. Beide voorzien in een behoefte.’

Hoekstra benadrukt hoezeer dit aansluit bij de definitie van positieve gezondheid die Machteld Huber heeft geïntroduceerd. Hij legt uit: ‘Zij interpreteert positieve gezondheid als het vermogen zich aan te passen en eigen regie te voeren in het licht van de fysieke, emotionele en sociale uitdagingen van het leven. En dat is ook precies wat je via WeHelpen ziet ontstaan. Ons onderzoek toont aan dat een derde van de mensen die er gebruik van maken een verbeterd mentaal welbevinden ervaren en een betere kwaliteit van leven. Ook vinden ze dat het hun sociaal maatschappelijke participatie versterkt. Het is mooi om te zien welke effecten ze zeggen te ervaren van WeHelpen. We zien hulpvragers die zeggen zich thuis beter te kunnen redden, die meer overzicht op hun leven hebben en die beter hebben leren plannen. En we zien hulpvragers en hulpaanbieders die allebei stellen dat het hen een groter netwerk van contacten oplevert, één op de drie stelt dit. Ook is bij bijna de helft van de respondenten de drempel om hulp te vragen verlaagd. Niet alleen bij hulpvragers, maar ook bij mensen die hulp aanbieden. Het instrument WeHelpen sluit dus zichtbaar én meetbaar aan bij positieve gezondheid.’

Het belang van de ontmoeting
Een conclusie uit het onderzoek is wel dat soms nog sprake is van wantrouwen bij hulpvragers over degenen die hulp aanbieden. ‘Dat wantrouwen is wel typerend voor de tijd waarin wij leven’, zegt Hoekstra. ‘Mensen vragen zich bijvoorbeeld af waarom aanbieders van hulp geen Verklaring omtrent Gedrag (VoG) moeten overleggen.’

Verhoeven zegt dit te herkennen. ‘Tijdens die voorlichtingsbijeenkomst waarover ik het zojuist had werd die vraag ook een aantal keren gesteld’, zegt hij. ‘Daarom is de ontmoeting ook zo belangrijk. Het volstaat niet om via telefoon of mail even contact te hebben, je moet elkaar echt in de ogen kunnen kijken. En als je dan het idee krijgt dat je het niet vertrouwt, dan moet je dat ook gewoon melden bij WeHelpen. Je mag altijd “nee” zeggen.’

‘Zo werkt het ook’, zegt Coen van de Steeg, een van de initiatiefnemers van WeHelpen. ‘Als mensen bij elkaar komen, zie je heel mooie dingen ontstaan’, zegt hij. ‘Aan het aanbod dat via de site wordt weergegeven merk je dat mensen van betekenis willen zijn. Ze willen ertoe doen, in verbinding staan met anderen. Het onderzoek bekrachtigt dit beeld. En het is belangrijk dat we dit zien gebeuren, want we weten dat mensen in de huidige samenleving meer op zichzelf aangewezen zijn en we zien ook dat het aantal mensen groeit dat zich wel eens eenzaam voelt. Dan is het mooi als er een platform is dat hier tegenwicht aan kan bieden.’ En die functie heeft WeHelpen inmiddels ook daadwerkelijk verworven, stelt Hoekstra. ‘Een van de adviezen die we op basis van ons onderzoek hebben gegeven is dan ook: zorg dat je groeit’, zegt hij. ‘Van groei word je beter, het verhoogt je naamsbekendheid en daarmee ook het vertrouwen dat mensen in de aanpak hebben.’

En die basis voor groei is er ook. ‘WeHelpen kan hierin actief sturen door actieve begeleiding te bieden van degenen die hulp vragen en hulp aanbieden’, zegt Hoekstra. ‘Gemeenten, welzijnsinstellingen en andere organisaties werken lokaal samen. In Groningen bijvoorbeeld zien we dat Humanitas de rol oppakt om de hulpvrager en -aanbieder bij elkaar te brengen en tot afspraken te laten komen. ContourdeTwern doet dit in Tilburg, Trajekt namens gemeente Maastricht. Wijk- en buurtteams weten wie er hulp nodig heeft en wat het talent van een ander is. WeHelpen kan voor alle betrokkenen als een soort “kaartenbak” fungeren.’

Segmenteren naar doelgroepen
Behalve groeien willen de initiatiefnemers ook het bestaande model segmenteren naar doelgroepen zoals mensen met niet-aangeboren hersenletsel of dementie. ‘Daarmee kunnen we WeHelpen veel gerichter toepassen in werelden waarin we denken dat de impact nog veel groter kan zijn’, zegt Van de Steeg. ‘Mensen met niet-aangeboren hersenletsel of dementie zijn vaak aangewezen op mantelzorgers en we moeten zorgen dat die niet overbelast raken. Dat leidt immers tot problemen voor de zorg, maar ook voor de samenleving en de economie. Ga bijvoorbeeld maar na wat het voor werkgevers betekent als een mantelzorger door alle taken, zorgen en drukte zelf ziek wordt? Dat zijn belangrijke maatschappelijke vraagstukken. We weten dat WeHelpen een rol kan spelen om antwoorden te bieden op die vragen. Dat willen we dus proactief gaan doen.’

Hij erkent hierbij het belang van vraag en aanbod makkelijker en gerichter bij elkaar brengen. ‘Niet zozeer via een sterrensysteem à la Iens’, zegt hij. ‘Uit onderzoek weten we inmiddels dat degenen die hulp aanbieden dit doen voor de waardering die zij één-op-één van de hulpvrager ontvangen, het “goede gevoel”, niet voor enige andere vorm van beloning. Bovendien: continu vijf sterren krijgen houdt ook het gevaar in zich dat je opvalt tussen alle andere aanbieders en overvraagd wordt. Maar we willen wel op de een of andere manier in kaart brengen of degenen die hulp aanbieden bij de vraag passen, of ze vertrouwd zijn met het omgaan met iemand met dementie bijvoorbeeld. Daarom zijn we ook bezig met de ontwikkeling van een app die op basis van algoritmen helpt om iemand te vinden die goed bij je zorgvraag past. Wat dat betreft kijken we met veel interesse naar hoe datingsites werken.’

Ruimte voor groei
Verhoeven heeft inmiddels zowel in zijn werk als privé zoveel positieve ervaring opgebouwd met WeHelpen dat hij het iedereen zou aanraden. ‘Ik draag het gedachtegoed van WeHelpen overal uit waar ik daar de kans voor krijg’, zegt hij. ‘Als mensen weten hoe het werkt, kan het heel laagdrempelig zijn.’

Het zal ook groeien, verwacht Hoekstra. ‘Al zal dat in de stad anders zijn dan op het platteland’, zegt hij. ‘In de stad is het door de geografische nabijheid eenvoudiger om vraag en aanbod bij elkaar te brengen, maar kent men vaak de buurman niet eens. Op het platteland is vaak meer onderlinge bekendheid, maar een grotere vraagverlegenheid.’ Het zal tijd en actieve inzet vergen, erkent Van de Steeg. ‘We willen allemaal dat iedereen aansluit, dat elke vraag een aanbieder vindt, maar de grote massa is er nog niet zo mee bezig’, zegt hij. ‘Maar het zal een vlucht nemen want door de vergrijzing en zelfredzaamheid krijgen de veertigers en vijftigers van nu er heel veel zorg- en hulptaken bij in de komende jaren. WeHelpen maakt de informele hulpmogelijkheden zichtbaar. En samen kunnen we nog meer creatieve oplossingen realiseren.’

Het onderzoeksrapport van ZorgfocuZ is op te vragen via info@wehelpen.nl.